Brandbeveiliging draait niet alleen om het beheersen van de kracht van vuur, maar ook om het beschermen van mensenlevens, eigendommen en de continuïteit van essentiële diensten. Nieuwe veiligheidswetgeving ontstaat vaak als reactie op een tragedie die bestaande kwetsbaarheden blootlegt; dergelijke wetgeving wordt in het Engels ook wel ‘stable door’-wetgeving genoemd. Een sprekend voorbeeld hiervan is de Fire Precautions Act uit 1971, ingevoerd na een rampzalige hotelbrand in Saffron Walden.
Ontwikkeling van brandveiligheidswetgeving
De Regulatory Reform (Fire Safety) Order, die in oktober 2006 van kracht werd, introduceerde een nieuw regime op basis van risicobeoordeling voor alle niet-woongebouwen.
Belangrijke wijzigingen in de Fire Safety Order zijn op 1 oktober 2023 in werking getreden onder Section 156 van de Building Safety Act 2022. Deze wijzigingen verplichten ‘Responsible Persons’ om:
brandrisicobeoordelingen volledig vast te leggen.
de identiteit van de brandveiligheidsbeoordelaar te documenteren.
brandveiligheidsinformatie te delen bij overdracht van gebouwbeheer.
Deze updates vergroten de verantwoordelijkheid en zorgen ervoor dat kennis over brandveiligheid behouden blijft bij eigendomsoverdrachten. In navolging van Schotland traden in 1965 de eerste Building Regulations voor Engeland en Wales in werking. Daarmee werd een uniform stelsel ingevoerd ter vervanging van ongeveer 1400 lokale verordeningen, waarvan sommige teruggingen tot de middeleeuwen.
Momenteel zijn er veertien Approved Documents die als leidraad dienen bij deze voorschriften. Document B is specifiek gewijd aan brandveiligheid en is verdeeld in twee delen: voor woonhuizen en voor overige gebouwen. Dit wettelijke kader onderstreept het grote belang van brandwerendheid in de moderne bouw en hedendaagse wetgeving.
Wijzigingen in Approved Document B (2025-2029)
Van kracht vanaf 2 maart 2025: Sprinklers worden verplicht in alle nieuw gebouwde zorginstellingen, ongeacht de gebouwhoogte.
Van kracht vanaf 30 september 2026: Een tweede trappenhuis wordt verplicht in nieuwe woongebouwen hoger dan 18 meter.
Van kracht vanaf 2 september 2029: Verwijzingen naar BS 476 worden volledig verwijderd uit de Britse bouwvoorschriften.
Deze wijzigingen zijn bedoeld om brandbestrijding, vluchtroutes en de veiligheidsclassificatie van materialen te verbeteren.
Passieve brandbeveiliging
Bij het bouwen of renoveren van gebouwen schrijft de wet passieve brandbeveiliging voor, met nadruk op gebouwontwerp en materiaalkeuze die branduitbreiding tegengaan. Bijvoorbeeld:
Branddeuren: Ontworpen om brand te compartimenteren en vluchtroutes te beschermen. Hoogwaardige platen, zoals Vitcas brandwerende vermiculietplaten en calciumsilicaat (CS) constructieplaten voor haarden, bieden uitstekende brandwerendheid, vormvastheid en naleving van Approved Document B. Om de integriteit rondom het kozijn te behouden, wordt opschuimende akoestische kit gebruikt om kieren af te dichten. Deze zet uit bij hitte, houdt vuur en rook tegen en vermindert ook geluidsoverdracht.
Leidingen en luchtkanalen: Om te voorkomen dat vuur en rook zich via technische doorvoeren verspreiden, worden leidingen en kanalen voorzien van opschuimende roosters, manchetten en wikkels. Waar installaties door brandscheidende wanden en vloeren gaan, is brandwerende mortel nodig om de brandwerendheid van de scheiding volledig te herstellen, holle ruimten af te dichten en verspreiding van vuur en rook via sparingen te voorkomen.
Constructieve integriteit: Constructieve elementen zoals stalen liggers en kolommen moeten tijdens brand hun draagvermogen behouden. Dit kan worden bereikt met brandwerende coatings en cementgebonden brandbeschermingssystemen (Vitcas FPC-S). Producten zoals Vitcas brandwerende coating en Vitcas FPC-S zijn ontwikkeld om constructiestaal te isoleren, de temperatuurstijging te vertragen en de stabiliteit te behouden gedurende kritieke perioden voor evacuatie en brandbestrijding.
Vluchtroutes: Duidelijke bewegwijzering, beschermde gangen en noodverlichting zijn essentieel voor een veilige evacuatie bij brand.
Brandrisicobeoordeling: Responsible Persons moeten brandrisicobeoordelingen volledig documenteren en de identiteit van de beoordelaar vastleggen voor alle niet-woongebouwen; dit is van kracht sinds 1 oktober 2023.
Doorvoeren van installaties: Brandwerende kitten, mastieken en brandwerende mortels zijn essentieel voor het afdichten van openingen rond leidingen, kabels en luchtkanalen, zodat vuur en rook zich niet tussen compartimenten kunnen verspreiden. Dit omvat het gebruik van gecertificeerde Vitcas brandwerende platen, pleister-/raaplagen, mortels, coatings en afdichtingen, die voldoen aan hoge prestatienormen voor thermische isolatie en brandcompartimentering.
Actieve brandbeveiliging
Hoewel passieve maatregelen cruciaal zijn, is het gebruik van actieve brandbeveiligingssystemen, zoals rookmelders, sterk toegenomen: van 25% dekking in huishoudens in 1989 naar 86% in 2008. Deze systemen zijn belangrijk voor vroege branddetectie, waardoor aanwezigen meer tijd krijgen om te evacueren. Daarnaast hebben sprinklersystemen, die brand actief onderdrukken, bewezen de meest effectieve beschikbare veiligheidsmaatregel te zijn. Daarom moeten vanaf 2 maart 2025 alle nieuw gebouwde zorginstellingen in Engeland worden voorzien van sprinklers, ongeacht de gebouwhoogte.
Handmatige brandveiligheidsmiddelen
Voor directe actie bij brand:
Brandblussers: Afhankelijk van de brandklasse kunnen verschillende blussers worden gebruikt, zoals water-, vetbrand-, kooldioxide-, poeder- en schuimblussers.
Blusdekens: Ideaal om branden te verstikken door ze zuurstof te ontnemen. Ze kunnen levensreddend zijn wanneer iemands kleding vlam vat.
Brandmeld- en detectiesystemen: Rook-, warmte- en multisensordetectoren geven vroegtijdig een waarschuwing bij brand, zodat aanwezigen kunnen evacueren voordat de omstandigheden levensbedreigend worden. Deze systemen worden ontworpen en geïnstalleerd volgens BS 5839 om betrouwbaarheid en dekking te waarborgen.
Positieve resultaten van brandbeveiliging
De proactieve en voortdurend ontwikkelende aanpak van brandveiligheid in Groot-Brittannië heeft resultaat opgeleverd. Sinds het midden van de jaren tachtig is het aantal brandincidenten, dodelijke slachtoffers en gewonden duidelijk afgenomen, wat de doeltreffendheid van de bestaande veiligheidsmaatregelen bevestigt.
Betrouwbare brandwerende producten
Voor wie producten zoekt die voldoen aan Britse normen voor brandwerendheid en deze zelfs overtreffen, biedt Vitcas een assortiment producten in onze online shop. Inzicht in de nuances van brandbeveiliging, zowel passief als actief, is essentieel om veiligheid te waarborgen. Dankzij uitgebreide regelgeving en ontwikkelingen in brandwerende materialen wordt gezamenlijk gewerkt aan een veiligere omgeving.
Inzicht in brandklassen en classificaties in de Britse bouwsector
In de bouwsector is brandveiligheid van doorslaggevend belang. Elk onderdeel van een gebouw, van de basismaterialen tot de laatste afwerking, speelt een rol in het totale veiligheidsprofiel.
Britse bouwvoorschriften en classificaties
In het Verenigd Koninkrijk zijn de bouwvoorschriften streng, zodat elk onderdeel van een constructie voldoet aan hoge veiligheidsnormen. De Britse bouwvoorschriften hebben een duidelijk classificatiesysteem voor bouwmaterialen en hun brandprestatie. Een van de belangrijkste normen waarnaar in deze voorschriften wordt verwezen, is BS EN 13501-1, die het BS 476-brandclassificatiesysteem heeft vervangen.
Brandprestatieclassificatie
Bouwmaterialen ondergaan strenge proeven op brandwerendheid, bekend als brandtesten. Afhankelijk van hun brandgedrag krijgen materialen een brandclassificatie, waarbij ze worden ingedeeld op basis van hun bijdrage aan brandontwikkeling, brandvoortplanting en rookproductie. Brandtesten zijn essentieel om te controleren of bouwmaterialen aan de veiligheidsnormen voldoen en hoge temperaturen kunnen weerstaan zonder bij te dragen aan branduitbreiding.
Class 0, Class 1 en Euroklasse-classificaties
Class 0 en Class 1 zijn termen die vaak voorkwamen in het Britse bouwjargon. Deze classificaties, met name Class 0, duiden op materialen met een hoge brandprestatie, oftewel de laagste vlamuitbreiding en beperkte brandbaarheid. Deze classificatie heeft betrekking op het brandgedrag van materialen, waarbij materialen een brandclassificatie krijgen op basis van hun bijdrage aan brandontwikkeling.
Lange tijd bestond er een dubbel specificatiesysteem, waarbij materialen moesten voldoen aan Britse standaardtesten volgens BS 476 én aan de Europese ‘Euroclass’-specificaties volgens BS EN 13501. De Britse standaardtesten, waaronder de Class 0- en Class 1-classificaties, worden echter op 2 maart 2025 uitgefaseerd. De Euroklasse-classificaties (A1, A2, B enz.) volgens EN 13501-1 worden dan de enige specificatie binnen Approved Document B van de Britse Building Regulations.
Het Euroklasse-systeem biedt een uitgebreide brandclassificatie, van de veiligste materialen (onbrandbaar) tot de minst veilige (producten met klasse E of F). Een F-classificatie geeft dus de laagste prestatie aan in brandsituaties.
Het Euroklasse-systeem, specifiek volgens BS EN 13501-1, classificeert materialen op basis van hun brandgedrag. Klasse A1 en A2 staan voor onbrandbare materialen en klasse B duidt op materialen met een beperkte bijdrage aan brand. Materialen die als klasse C zijn ingedeeld, worden doorgaans beschouwd als materialen met een gemiddelde bijdrage aan brand.
Onbrandbare materialen zijn bij brand uiteraard het veiligst, maar brandwerende materialen zijn ook ontworpen om hoge temperaturen te weerstaan en vlamuitbreiding gedurende een bepaalde tijd te voorkomen. Ze kunnen bij extreme hitte die hun temperatuurbestendigheid overschrijdt nog steeds branden of degraderen, maar ze zijn ontwikkeld om gedurende een specifieke periode weerstand te bieden tegen brand, zodat er meer tijd is voor evacuatie of brandbestrijding.
Rookproductie en materialen
Rookproductie is een kritieke factor in brandveiligheid. Materialen die bij verbranding veel rook afgeven, kunnen het gevaar in een brandsituatie vergroten. Daarom worden materialen ook ingedeeld op basis van rookproductie. Zo kunnen bepaalde vloermaterialen worden getest op rookontwikkeling en brandende druppels of deeltjes. Als het materiaal te veel brandende druppels afgeeft, kan het een D2-classificatie voor brandende druppels krijgen, wat wijst op een hoger risico.
Brandvoortplanting en thermische isolatie
Een test op brandvoortplanting bepaalt hoe snel en hoe ver brand zich over het oppervlak van een materiaal verspreidt. Materialen met een hoge thermische isolatiewaarde kunnen bijvoorbeeld de branduitbreiding vertragen, waardoor ze in de bouw aantrekkelijker zijn.
Euroklasse-systeem en poedercoating
Zoals eerder genoemd, bestaat er ook een Europese norm, bekend als het Euroklasse-classificatiesysteem. Dit systeem heeft een gedetailleerde schaal die alles beoordeelt, van warmteniveaus tot de vorming van brandende druppels of deeltjes. Poedercoating, vaak toegepast vanwege de esthetische uitstraling, ondergaat deze testen om te waarborgen dat de veiligheid niet in gevaar komt. Een hoge Euroklasse-classificatie voor een gepoedercoat materiaal betekent dat het slechts minimaal bijdraagt aan brand en rook.
Conclusie
Voordat je aan je volgende project begint, is inzicht in brandclassificaties en brandvoorschriften essentieel. Het gebruik van brandveilige en onbrandbare bouwproducten met een hoge Euroklasse-brandclassificatie of Class 0-classificatie kan gebouwen veiliger maken. Naast het voldoen aan Britse standaardtesten is het van groot belang dat bouwelementen, van natuursteen tot geavanceerde bouwproducten, slechts beperkt bijdragen aan brand en rook. Raadpleeg bij de materiaalkeuze altijd het Britse en het Euroklasse-systeem om het hoogste veiligheidsniveau te waarborgen.
Raadpleeg voor een uitgebreide lijst van Britse en Europese normen en classificaties de officiële BS- en EN-registers






















